Wedergeboorte

De Veteraan en de Koning

Changelings, of zoals zij in de volksmond worden genoemd: Veranderkinderen, kunnen met hun pupil loze ogen details zien in het gezicht van een mens, die andere rassen zouden missen. Zelfs zonder enige training weten ze hoe ze iemand laten praten, hoe ze zien of iemand ze vertrouwd en te peilen of zij die persoon vertrouwen. Deze gave komt ze het beste van pas wanneer zij hun natuurlijke gave van verandering gebruiken om een ander te imiteren.
- “Het Veranderkind, een studie door Jiruvhas Brenk”

Het magische licht van de eeuwig brandende lantaarn was een matig surrogaat voor een kampvuur. In tegenstelling tot vlammen, die springen, likken en knisperen als een levend organisme, is het vuur constant fel en helder, wat het een koude aanblik geeft. Geen warmte komt af van de lantaarn, alleen de zeer lichte elektrostatische ervaring van dicht bij evocatie magie te zijn. Sengis Schaduwhuid, een Veranderkind, spion en acteur, zit op zijn hurken naast de koude lichtbron, die ironisch genoeg doder voelt dan de helse vuren die hij eerder zag vanuit hun schip. Ondanks dat dit licht geen geur of warmte af geeft is het warm naast het haven gebouwtje aan de rand van het bos. Warm en klam. Zijn kameraden, de groep huurlingen die zich Zwartvoets Valken noemt, hebben zich verspreid over de open plek. Sommigen wrijven hun blauwe plekken, vers van hun strijd minuten geleden, anderen kijken schichtig de duisternis in, bang voor versterking. Ze fluisteren met elkaar, speculerend over wat gaande kan zijn. Warmen hun spieren op, deuken hun harnassen uit. Van hun vijanden, een groep arm uitziende Brelandse veteranen, is er een op de rand van bewustzijn. De rest van hun vijanden liggen in verschillende staten van gezondheid verspreid over de open plaats, geen van hen zal zonder magische hulp de komende tijd kunnen spreken.
Sengis is gekozen om te praten met de oude Brelandse veteraan omdat hij de meeste ervaring heeft in het lezen van hun vijanden, dat hij de gene was die de oude man de genade klap gaf was bijzaak. Hij gaat het standaard rijtje zorgvuldig af in zijn hoofd. Ogen, lippen, rimpels, borst, schouders, handen, benen, ogen. De ogen van de man zijn blauw grijs en rusten op diepe wallen. Zijn lippen staan grim, in een rechte streep, gebarsten. De rimpels in het gezicht van de man zijn diepe groeven, het is duidelijk dat de jaren niet goed zijn geweest voor deze man. Misschien is hij wat mager, nee, hij is zeker wat te mager, zijn vel hangt los. Lange grijze haren vallen langs het gezicht van de man, de andere haren zitten in een knot op zijn hoofd. Zijn baard is wat geschroeid en half lang. Hij ademt diep. Hij is misschien moe, of zwaarder gewond dan hij laat blijken. Sengis hoort een subtiele reutel in de adem van de man. Een ander zou te afgeleid zijn om te letten op dit detail, maar het zegt Sengis dat de man waarschijnlijk in slechte conditie is: hij moet een goede reden hebben dan zomaar gewapende huurlingen aan te vallen. De schouders van de man zijn ingezakt, naar voren, de man is alle overmoed verloren in het gevecht.
Nu de handen. Aan zijn rechter hand zit een gouden ring, wat een trouw ring moet zijn. De brede, mannelijke handen van de veteraan liggen plat op zijn boven benen, de vingers gespreid. Een oude militaire gewoonte is om de vijand constant te tonen waar je handen liggen zodat je geen bedreiging vormt, weet Sengis. De benen van de oude man liggen gestrekt voor zich uit, zijn grijze broek is gescheurd en vies van het gevecht. Een bloederige lijn loopt van het gat in zijn flank naar zijn laars. Tenzij de oude man wordt genezen zal hij niet zomaar weg kunnen lopen, is de conclusie van de spion. Zijn ogen kijken berekenend door de gaten van zijn masker en gaan op en neer langs het lichaam van de man, zoekend naar een detail dat hij mogelijk mist. Dan hakt hij de knoop door.

“Ik neem aan dat Uw naam Reiger is?”
“Hoe weet je dat? Wie bent U? Waarom hebben jullie me niet gedood?”
“Een van Uw mannen noemde U zo voordat hij vluchtte. Mijn naam is Sengis en ik kan U hetzelfde vragen? Waarom vallen Brelandse militairen Brelandse ere burgers aan?”
Sengis balt zijn vuist voor het gezicht van de man, het symbool van Breland onthullend in het koele licht.
“Hoe weet ik dat U die ring niet heeft gestolen?”
“Dat weet U niet, maar misschien heeft U gehoord van Zwartvoets Valken?”
“De detectives… Hoe weet ik dat jullie de Valken zijn? We vermoedde dat U niet anders was dan gieren, azend op de rijkdommen van een stad in chaos. Toch…”
De oude man slikt en kijkt omhoog naar de lucht. Sterren vullen de purperen hemel. Een traan rolt omlaag langs zijn wang. Sengis schraapt zijn keel.
“Vertrouw ons alstublieft. Misschien kunnen we elkaar helpen. Wat wilde U zeggen luitenant?”
“Misschien kunt U maar beter gaan. U zult niks dan de dood vinden in Wroat.”
“We zijn persoonlijke vrienden van koning Boranel. We zijn hier om met hem te praten over belangrijke zaken. We kunnen hem niet zomaar achter laten in een brandende stad.”
“De koning weet niet meer wie zijn vrienden zijn. Wij ex-militairen leefden op een honger loon, we beschermende de straten van deze stad. Maar de koning heeft besloten de nood staat uit te roepen. Hij heeft de oorlog verklaard aan Aundair, alle Aundairse burgers in de stad zijn opgepakt en in hechtenis genomen.”
Sengis kijkt naar zijn vrienden, die stilletjes aan steeds dichter bij zijn gaan staan en zitten.
“Hoe bedoeld U? Waarom zou Boranel zomaar oorlog verklaren?”
“Niet zomaar. Aundair heeft een aanslag gepleegd op een burcht op de grens. Gelukkig was de burcht verlaten, op een hand vol soldaten na, maar de magie waarmee het gelijk is gemaakt kan volgens de koning alleen van Aundair zijn.”
“Ik snap het.” Sengis kijkt de groep rond, de anderen kijken verdrietig naar Reiger, “Maar het verklaard nog altijd niet waarom U ons aan viel.”
“Mijn vrouw en dochter zijn opgepakt. Mijn vrouw is een Aundairse, mijn dochter half. Ze zijn ingerekend en opgesloten op een geheime plaats. Oorlogswet, zo noemde ze het. De armoede daar kon ik mee leven, misschien zelfs met de oorlog, maar onschuldige burgers ervoor laten opdraaien is walgelijk! Dat is geen rechtvaardigheid!”
De ogen van Reiger lijken een seconde op te lichten en zijn rug recht, zijn vuisten ballen en knokkels worden bleek. Ooit was hij een machtige strijder, voor de jaren de kracht uit hem zogen.
“Ik wilde niet stelen van mijn volk! Maar stelen van hen die kwamen stelen leek een goed idee. Misschien wat geld verdienen om wat mensen een andere kant op te laten kijken zodat we onze families kunnen redden. Al deze mannen, stuk voor stuk, hebben een Aundairse vriend of vriendin, of Aundairse familie. Sommigen konden nog net ontsnappen voordat de soldaten van Boranel ze uit bed kwamen lichten…”
“Zomaar mensen aanvallen of bestelen valt niet goed te praten. Maar ik begrijp Uw verdriet, wij hebben zelf ook het nodige te voorduren gekregen. Een nieuwe oorlog moet uit blijven. Dit moet in de kiem worden gesmoord.”

Hoe zal het aflopen met de Valken? Wat gaan ze doen met Reiger en zijn mannen? Willen ze nog steeds praten met Boranel? Hoe groot is het gevaar in Wroat? Beslis zelf mee en plaats je idee of antwoord hieronder.

View
Geld, wijn en veel venijn.

De Helden gingen van feest naar feest in Sharn, en de bodem van hun portemonnee was nog steeds niet in zicht. Maar de groep wist dat de ontspanning lang genoeg geduurd had. Fraxl had ze een bericht gestuurd dat hij de locatie van Errus Norn wellicht had achterhaald, informatie die erg waardevol was voor de groep. Met de kennis dat Errus Norn nog leefde konden de Valken niet langer feest vieren. Het was tijd om actie te ondernemen en de nieuwe uitrusting van elk te testen, tijd om voorgoed af te rekenen met de gestoorde generaal. Met het gloednieuwe airship van Jerry vertrok de groep naar Korranberg, Zilargo. Hier zouden ze Fraxl bezoeken en een plan smeden om Errus te grijpen. Eenmaal in deze stad aangekomen werd vernomen dat het huis van Fraxl kortgeleden in vlammen was opgegaan, en dat de uitvinder dit met zijn leven had moeten bekopen. De Helden roken onraad, hier moest Errus achter zitten, maar waar was hij? Fraxl was hun enige contactpersoon met informatie. De groep besloot koers te zetten naar Wroat, om hier de koning van Breland in te lichten en hem duidelijk te maken wat voor gevaar Errus Norn betekende voor Breland en heel Eberron. Voordat ze hun schip betraden werd Jack’s aandacht getrokken door een armoedige Goblin. De goblin, die Jack met “Tom” bleef aanspreken, vertelde hem dat Errus Norn niet meer de gedaante heeft die hij vroeger had, en dat hij misschien wel dichterbij was dan de helden dachten. Toen Jack even de andere kant op keek, was de goblin verdwenen. Was dit een handlanger van Errus of gewoon een gestoorde zwerver? Terwijl deze vragen door de hoofden dwaalden vlogen de Valken richting Wroat.
In de verte zagen ze de stad opdoemen, maar tot ieders verbijstering was deze ongebruikelijk donker. Hier en daar woedde een vuur. De stand was een grote chaos! Snel vloog het schip richting de het paleis, maar dit bleek onmogelijk doordat het schip door vuurballen beschoten werd, afkomstig van het paleis. Het schip was genoodzaakt aan de andere kant van de stad van de Howling River te landen. Dit deel van de stad leek totaal verlaten. Eenmaal de rivier overgestoken werden de helden aangevallen door Brelandse veteranen. Hoe groot was de chaos in de stad dat zelfs Brelandse militairen de Valken probeerden te plunderen. Gelukkig konden de veteranen worden overwonnen, velen overleefden dit niet, maar hun leider kon worden gered, weliswaar bewusteloos. Misschien kon hij meer vertellen over de situatie…
Waren de koning en de troon van Breland in gevaar? Zat Errus Norn ook achter deze chaos in Wroat? En zijn Iago’s Valken wel klaar voor het gevecht met Errus Norn?

Burningcity ps3 atulkatdare

View
Whurdin zijn kapitaal

Zoveel geld! 260.000 stukken nog wel! Whurdin had in de kluizen thuis nog veel meer gezien, maar nooit gedacht ooit zelf zoiets te hebben. Denkend aan zijn thuis maakte hem triest. Het was alweer tijden geleden dat Whurdin thuis was geweest. In werkelijkheid was het niet heel lang, maar door alle avonturen die hij nu al beleeft had, bleek het toch echt zo. Nu de groep besloten had een eigen kasteel te bouwen en onafhankelijke avonturiers te worden, leek het Whurdin een goed idee zijn familie en ras te laten zien dat hij ze niet vergeten was.

Toen hij aan de dwergen moest denken, gingen zijn gedachten automatisch naar de tovenares die ze bevrijd hadden. Daar kwam de meeste ellende vandaan. Als zij nou gewoon niet ontsnapt was! Met dit in zijn achterhoofd besloot Whurdin 100.000 op te sturen naar zijn huis in de dreadholds met het bericht dat de wizards daar een anti teleportatie systeem moeten aanleggen. Natuurlijk is dit lang niet genoeg geld, maar het is een begin!

Met de overgebleven goudstukken besloot Whurdin zijn familie in the deep mines een handje te steunen. Omdat Whurdin altijd al meer smid was dan kundarak, maar van beide hield besloot hij een nieuw gebouw op te richten waar smidsen en leden van D’kundarak beter met elkaar zouden kunnen opschieten. Vele grote opslagruimtes en smidsen konden hier mee gebouwd worden.

Door al deze giften besloten de smidsen in the deep mines ook een gift te doen naar whurdin. Als hij het geld had, zouden zij een grootse smithy oven voor hem maken!

View
260.500 geldstukken

Jerry besteedt de helft van zijn verworven kapitaal aan een goed doel: zijn familie. Voor decennia heeft de grote familie Mitterand in de slums van Sharn gewoond. Hoewel Jerry goede herinneringen aan zijn jeugd in Cliffside, wil hij zijn tientallen neefjes en nichtjes een toekomst geven die niet gebaseerd is op slavenarbeid en smokkelarij. Voor 265.500 gold laat Jerry een enorm huis bouwen middenin Malleon’s Gate, de wijk waar de meeste goblins in Sharn wonen, waar hij zijn 250 meest nabije familieleden naar toe verhuist. Voor iedere tak van de familie laat hij een hal maken met mooie kamers, en op iedere verdieping een gedeelde eet- en woonkamer. Jerry besteedt zijn geld niet alleen aan het bouwen van het huis, want hoewel het een duur project lijkt, is er nog meer dan genoeg geld over. Hij gebruikt het om de hele wijk Mellon’s gate een opknapbeurt te geven: nieuwe straatlantaarns, nieuwe bestrating, veegwagens om te straten een beetje schoon te houden, en het oprichten van een Mellon’s gate guard (tot afkeur van Kasslak, de medusa die op de achtergrond de controle over Mellon’s gate houdt).

View
Het Wondere Leven van Zwartvoet en Zijn Valken

Half januari, 1010 YK, Sharn, stad van torens,
Meneer Iago Zwartvoet wordt wakker in het zachtste bed waar hij ooit in heeft geslapen. Zijn hoofd tolt nog na van de Karrnathi whisky van de avond daarvoor, alles voelt als een droom. Het licht van een heerlijke nieuwjaarszon verwarmt zijn koude lichaam, bedekt met een fijn satijnen laken van Elven makerij. Langzaam vallen zijn gedachten op hun plaats, als een door elkaar gehusselde legpuzzel, of een gedicht geschreven in een half bekende taal. Iago kijkt verstart naar het plafond en gaat op zitten. Om zijn heen ziet hij meer luxe dan hij ooit heeft bezeten: duur antiek meubilair, van ver voor de oorlog, dikke, dure geplooide gordijnen, een kast gevuld met de duurste whisky’s en zoetste port van Khorvaire. Even denkt hij dat hij is gestorven en in de hemel is belandt, zijn hart slaat een slag over, maar dan, dan schiet het hem te binnen: de Valken! De ontmoeting, gisteren, in zijn armzalige kantoortje in mid-Sharn, de blije gezichten van zijn vrienden, en het goud. Bij de Host, zoveel goud!

Iago Zwartvoet slikt. Hij zou met pensioen kunnen gaan, hij is rijker dan wie hij ook kent. Maar hoe moet het dan met zijn vrienden, de Valken? Na zoveel jaar trouwe dienst zijn ze meer geworden dan werknemers, ze zijn familie. De enige familie die hij nog over heeft. Maar het is tijd om de Valken een naam te geven waar andere avonturiers trots op zouden zijn! Vanaf nu hoeven de Valken alleen nog de klussen aan te nemen die ze zelf willen, ze zijn eindelijk onafhankelijk.

Het tapijt voelt verassend zacht en warm onder de blote voeten van Iago. Hij schiet een zijden groene badjas aan en loopt weg om zichzelf op te frissen. Eerst ontbijt, dan een nieuw hoofdkantoor en dan een kantoortje in iedere grote stad in ieder land!

View
Kalme zee, hevige storm en grote buit

Het eiland
Met veel zenuwen betraden we het vreemde eiland waar alles behalve de flora leek gemaakt te zijn puur goud. Allemaal dachten we dat er een soort van vloek op het eiland lag die alles in goud veranderd. Achteraf gezien was het eiland eigenlijk een van de mooiste plekken die ik ken, alleen die onheilspellende sfeer gaf me de kriebels. Toen zagen we eindelijk een levend wezen op het eiland, het was een soort kruising tussen een aapje en een vogel. Op een afstand leken het wel schattige wezens, maar toen we dichterbij kwamen bleken ze grote scherp tanden te hebben en probeerde we zoveel mogelijk bij ze uit de buurt te blijven. Voor het paleis vonden we een slapende man die net als bijna alles daar gemaakt was van massief goud. Met wat moeite en het touw van Jack wisten we het paleis binnen te komen. In het paleis kwamen we een blinde oude man tegen die zich voorstelde als prins Ali en hij vertelde het verhaal wat er is gebeurt met het eiland en zijn bewoners. In zijn jonge jaren bleek prins Ali zijn wensen van een geest uit de fles verkeert te hebben verwoord, waardoor alles op het eiland en wat hij later zag veranderde in goud en hij nooit meer echt dood gaan. Omdat we opzoek moesten naar de grootste schat gingen we opzoek naar de fles van de geest. In de schatkamers van het paleis vonden we de geest en probeerde we met hem de overleggen voor een weddenschap, maar door een kleine verspreking kwam de geest erachter dat hij weg kon van het eiland en verdween hij door het plafon. Nadat we de schatkamer hebben doorzocht in de hoop de grootste te vinden. Terwijl we voor de tweede keer probeerde door ondervragingen er achter te komen wat prins Ali grootste was, viel ik plotseling flauw en leek ik samen met vele anderen me te bevinden in een soort van droom wereld. Na een korte tijd werd ik wakker op het schip, maar het schip had brand plakken en onze tovenares gevangenen bleek ontsnapt te zijn met hulp van de geest en een van de bemannings leden hoorde haar wensen ‘de machtigste tovenares te zijn’en blijk baar zorgde het verdwijnen van zo veel magie dat alle magie gebruikers het bewustzijn even verloren.

De kraken
Na even door te hebben gevaren met een schip vol goud werden we weer aangesproken door een dienstbode van de getentakelde meester. Na wat onderhandelen wisten de door een flinke som goud een veilige overtocht te kopen en een gunst voor later.

Een storm vol doden
Onderweg weer terug naar Sharn werden we overvallen door een hevige storm en de kapitein had grote moeite het schip varende te houden. Toen kwam er een paniekerige schreeuw uit het ruim “we hebben een lek kom helpen”. Stoer als hij was nam Jerry het stuur terwijl de rest op zoek ging naar het lek om het te repareren. Dan springen er ranzige ondode wezens aan boort en een zwaar gevecht waarbij Jerry en Jack bijna van boord zijn gewaaid volgde. Toch wisten we met de hulp van onze dappere kapitein en andere bemannings leden de ondode te verslaan en het schip te redden.

Grote buit
In de haven van Sharn wisten we met een paar donatie’s een goede deal gemaakt met de belasting amtenaren en gingen we naar Iago het goede nieuws te vertellen. Uiteraard werd het succes gevierd en een groot feest werd gegeven. De volgende morgen kregen we hoog bezoek, koning Boranel. Hij deed ons een aanbod om mee te betalen aan een nieuw fort om de macht van Breeland tentoon te stellen, in ruil kregen we suites in het fort. Ook kregen we ere militaire rang(ook voor een kleine som)waardoor de het commando kunnen nemen over het fort. De rest van de ochtend werden we door vele benaderd door donatie aan goede doelen. Ik koos ervoor een donatie te doen aan de voedsel bank, de kerk van Boldrei en een weeshuis dat op instorten stond.

View
Een Aquatisch Avontuur

De Valken varen vele weken om Lhazaar te bereiken, de eindbestemming van de Zwarte Dame. Op deze boot vaarde niemand anders dan Barreknar, de navigator van Jaques Mitterand en de enige persoon op Eberron die weet waar de schat van Jaques precies te vinden is.

Maar de tocht verloopt tot dit punt alles behalve voorspoedig. Alsof ziekte geen groot genoeg probleem vormde heeft nu een machtige Kraken zijn kop vertoont. Dit wezen, dat zichzelf De Getentakelde Meester noemt, eist niets meer dan 20.000 dubloenen voor een veilige overtocht langs Kraken baai. Jerry weet de heraut van de Meester, een magere meermin met lang wit haar, te overtuigen de overtocht te vergoeden met een dienst.

En wat voor een dienst! De meermin brengt de groep een oud ogende kaart met daarop de route naar een stad midden in zee, aan de rand van de baai. Als het schip de stad bereikt dan moeten de avonturiers ontdekken wie de eigenaar van het vreemde eiland is en zijn meest waardevolle bezit meenemen om de Kraken te schenken als eerbetoon. Maar wat is het meest waardevolle bezit van iemand die een heel eiland van goud heeft? En hoe zit het met de vreemde tekst die op de kaart staat? Glubelook heeft zich er over gebogen en het blijkt een vergeten vorm van Aquan.

“Wee het Volk van Al-Quahin,
Hun voeten zwaar, hun handen lood,
Hun kroost en dromen beiden dood,
Wee hen met het hart van goud.”

View
Jacques Mitterand

Zacht waait zilte zeewind door de laagst liggende straten van Sharn. Het is een welkome afwisseling van geur voor de oude grijsaard. Zijn luidruchtige buren, een familie die met zijn twaalven in een tweekamer huisje woont, zorgen weer voor veel overlast. Niet alleen het constant kwetterende geluid van hun ruzies is onverdraagbaar, de vrouw Leanna – niet gezegend met een talent in ook maar iets dat te maken heeft met huishouden – heeft de neiging om wanneer ze kwaad is – tussen de vier en zes avonden in de week – haar familie het meest vreselijke eten voor te schotelen dat ze kan maken. Haar creatie van vanavond bevatte zeewier, twee weken geleden overleden sardientjes, een halve krop rotte groene kool, en – zonder twijfel – minstens 8 gepureerde makreel ogen. De ondragelijk stank verspreidt zich langzaam in de omliggende huizen, waaronder die van de buurman, de oude grijze Jacques Mitterand. Met zijn 45 jaar heeft de goblin een hoge leeftijd bereikt. Zuchtend neemt hij plaats in zijn schommelstoel bij het raam. Jacques voelt dat de tijd zijn tol opeist wanneer hij zijn benen strekt en aan twee kanten een knak hoort. “Mon dieu…” mompelt hij, terwijl zijn blik afdwaalt naar de heldere maan. Het wordt rustig op straat, en de stemmen van Jacques’ buren nemen af. Jacques’ ogen vallen langzaam dicht.

In zijn dromen is Jacques niet meer oud, maar herbeleeft hij lange zeereizen op ‘Le lapin rouge’, het schip waarop hij met zijn bemanningsleden verre plaatsen bezocht en gevaarlijke situaties meemaakte in hun zoektocht naar obscure artefacten en waardevolle diamanten. Het avonturieren was lucratief: de bemanning van de Rouge keerde na ieder avontuur terug naar Sharn met een beetje meer geld. Hun langste reis bracht ze van Sharn naar Stormreach, waarna ze een maandenlange boottocht maakten over de Barren Sea om uit te komen aan de noordzijde van het continent Sarlona. Herinneringen aan de loodzware overtocht over de White Sea bezorgt de voormalige onder kapitein nog steeds kippenvel.

Jacques wordt badend in het zweet wakker. Hij is in slaap gevallen in zijn schommelstoel, “alweer” denkt hij zuchtend, “of toch…?”. Na enkele seconden peinzen hoort hij zacht gesnurk komen uit de hoek van de kamer waar zijn bed staat. De zon schijnt fel in Jacques’ gezicht, waardoor het hem niet opvalt dat er een klein figuur onder een deken op zijn bed ligt te slapen. “Als jij maar niet één van die jongens van hiernaast bent!” buldert de oude zeeman terwijl hij zich met moeite ophijst uit zijn stoel. “Ik ben er klaar mee jullie te beschermen tegen jullie lastige moeder, als je ruzie maakt, los je het zelf maar op!” Hij staart naar het bed; een halve minuut gaat voorbij voordat hem de uit-de-kluiten-gewassen sterk behaarde arm die boven het deken uitsteekt opvalt. Jacques knijpt zichzelf in zijn arm. “De laatste keer dat ik zó’n aap zag moet op Xen’drik zijn geweest…” denkt hij, “of toch?”.

Als Jerry de stoffige deken van zich afslaat kijkt hij recht in de grijze ogen van zijn grootvader. Hij kijkt Jerry verbaasd aan. “Opa! Phoe, daar ben ik dan weer… Lekker geslapen? Oh nee, je hebt in je stoel geslapen… Hoe ligt dat eigenlijk? Deed je dat vroeger ook? Tjonge, ik heb honger, heb je wat te eten in huis?” Jerry haalt zijn neus op. De geur van zure haring vult zijn neusgaten. “Haring?” “Dat komt van de buren… het zijn vissers. Eten altijd vis, weet je wel,” mompelt Jacques verbouwereerd. Jacques blijft gebogen staan boven het bed met zijn kleinzoon er in. Ze kijken elkaar enkele momenten aan. “Heb je eten in huis?”
“Wat doe jij hier zo vroeg, ehh… Frankie?” “Ik ben Jerry, opa.”
“Ja ja… te veel namen om te onthouden”, mompelt Jacques.

Jerry springt uit bed, loopt richting de kast en haalt er een pot met het etiket “ontbijt” er op uit. Hij schroeft de deksel van de pot en pakt een handvol havermout, die hij in zijn mond steekt. “Ik zei gisteren dat ik vandaag weer langs zou komen om te vertellen wat ik heb meegemaakt tijdens mijn reizen,” zegt Jerry, terwijl stukjes havermout uit zijn mond vallen. Jacques kijkt hem verstrooid aan. “Ga maar weer zitten in je stoel. Wil je ook een beetje “ontbijt”?, gniffelt Jerry terwijl hij het symbool van aanhalingstekens met zijn handen maakt. Jacques staart verward naar de zwaar behaarde rechterhand van Jerry. “Hoe kom je dáár nou aan?” roept hij uit. “Gekregen in de schaduw moerassen,” antwoordt Jerry. “Ik zal je het verhaal vertellen…”

“Opa? Opa!”
Jacques opent zijn ogen. “Je viel gisteren ook al steeds in slaap…” zegt Jerry teleurgesteld. “Mijn verhalen zijn natuurlijk niet zo heldhaftig als die van jou. Ik wou dat ik op een schip kon varen zoals jij vroeger deed… Ik hoorde van pa dat je helemaal tot aan Sarlona hebt gevaren, is dat zo?” “Sarlona, ja…” verzucht de oude grijsaard. Hij begint te schommelen in zijn stoel. “Dat waren nog eens tijden. We hadden een tijd geen lange reis meer gemaakt, dus om geld te verdienen deden we af en toe een transportklus van Sharn naar Stormreach. Op één van die transporten werd bijna de hele bemanning ziek. Nadat we de lading hadden gelost lag iedereen voor apegapen in de tavern. Ik was de enige die niet ziek was, dus ik ging ’s middags in de buurt zoeken naar een apotheker die ons wat medicijnen kon geven. Geloof het of niet, maar ik heb de hele middag en avond door de buurt gelopen, en er was niémand die ons medicijnen wilde geven. Teleurgesteld liep ik ’s avonds een paar steegjes door, en ben ik naar binnen gestapt in de eerste tavern die ik zag. Het was een vreemde tent! Binnen was het bijna niet verlicht. Er stonden negen tafeltjes, die allemaal waren bezet door één persoon. Ze hadden allemaal een andere afkomst: er was een half-elf, een orc, een halfling, een dwarf, een sahagin, een human, een gnome, een changeling, en een warforged. Toen ik naar binnen liep keken ze me alle negen recht aan, alsof ze me hadden verwacht. Ik kon nergens een goblin waarnemen, dus ik ben aan de tafel met de sahagin gaan zitten. Ik probeerde met hem in het sahagin te praten over het weer, maar hij staarde recht voor zich uit, en reageerde op niets dat ik zei. Na een kwartier was ik het zat. Ik was van plan om weg te lopen, ik schoof mijn stoel naar achter toen hij ineens zijn mond open deed en vroeg: “wat zoek je hier?” “Mijn sleutels,” grapte ik, maar hij kon er niet om lachen. De sahagin wees naar de voordeur. “Niemand komt door deze deur zonder reden.” De sahagin keek me indringend aan. “Wie ben je?” “Ik ben hier enkel om een medicijn te zoeken voor mijn vrienden. Ik ben een bemanningslid van de Lapin Rouge, we vervoeren wijn van Sharn naar Stormreach.” De sahagin keek me enkele seconden aan. “Je ziet er niet uit als een goblin die zijn hele leven wijn vervoert”, zei hij. Toen begon ik hem te vertellen over mijn reizen op de Rouge, naar Aerenal en langs de kust van de eilanden bij Argonessen, toen we nog jong waren en zonder plan op zoek gingen naar waardevolle schatten. De sahagin leek zeer geamuseerd door mijn verhalen, hij bleef maar vragen stellen over de schatten die we hadden gevonden, en wat voor monsters we hadden bevochten om ze te krijgen. Voor ik het doorhad was het vier uur later. “Ik moet er vandoor,” zei ik. “Ken jij iemand die me medicijnen kan verkopen voor mijn vrienden?” “Ik heb iets beters,” zei de sahagin terwijl hij zich omdraaide en een kistje van achter zijn stoel tevoorschijn haalde. Hij zette het kistje voor mij neer. Ik deed de deksel open, en zag een rood vilten zakje en een klein amulet. “In het zakje vindt je een poeder, als je het aan je vrienden geeft worden ze beter,” zei de sahagin. “Het amulet is machtig en belangrijk. Ik geef het aan jou, omdat jij de eerste bent die door deze deur is gelopen en bij mij aan de tafel is gaan zitten. Als jouw tijd er op zit – je zal aanvoelen wanneer dat is – moet je dit amulet doorgeven aan iemand die je er mee vertrouwd. Dit amulet is het meest waardevolle dat je ooit zult bezitten.”

Jerry kijkt zijn opa met grote ogen aan. Jacques kijkt zwijgend uit het raam. Ineens kijkt Jacques verbaasd om zich heen, alsof hij zich niet meer kan herinneren waar hij is. “Opa?” “Wat is er, Harry?” “Jerry…” “Oh ja…”
“Hoe zag dat amulet er uit?” “Hmm… het was wit. Vierkant. Er stond een symbool op, het leek op een draak… Het glinsterde altijd als ik het vast hield, maar als iemand anders het vasthield, dan gebeurde er niets.” “Waar is het nu?” “Och jongen, al sla je me dood, ik zou je het niet kunnen zeggen… Waarschijnlijk op de bodem van de zee… We hebben een lange reis gemaakt naar Sarlona, en in de vreselijke tocht over de witte zee zijn we het amulet verloren. Daar kan ik je over vertellen, maar ik ben eigenlijk een beetje moe…” De zon brand sterk op het kleine huisje van Jacques. “Ik laat je wel even rusten opa,” zegt Jerry. Hij pakt zijn blauwe jasje van het bed af en loopt richting de deur. “Weet je wie het misschien weet?! Barre Knar! Gut, die zag ik van de week lopen, en hij begon ineens over dat amulet, zei dat ‘ie een kopie had gezien op één of andere markt ergens… Hartstikke duur, zei ‘ie. Één of andere rijk figuur ging er mee vandoor.” “Rust maar even uit,” zegt Jerry. Verbouwereerd verlaat hij het huisje van zijn opa. Als hij dit aan zijn vader zou vertellen, zou die lachen en zeggen dat Jacques echt seniel is geworden. Maar dit is het bizarste verhaal dat ik ooit gehoord hebt, denkt Jerry.

View
deel 2, de valken zijn terug

Het was een rustige tijd voor de Valken. Ruim 4 maanden zijn omgegaan na de mislukte poging van Errus Norn om de duivelse prins van Aberrations op te roepen. Onze helden zijn terug gekeerd naar hun huizen voor een welverdiende vakantie. Ja, de Valken hebben het er van genomen! Alleen het beste eten was goed genoeg, en de zachtste bedden. Tot laat in de avond werden boeken gelezen of kletsten ze rond het gezellige vuur van een taverne. Toch is het leven niet zo makkelijk voor alle Valken. Jack heeft al in geen weken goed geslapen, om en om gaan Meeuw en hij er uit om hun dochtertje Emma Ophelia eten te geven en in slaap te sussen. Ook de Heer Zwartvoet slaapt de laatste week slecht. Hij houdt er niet van om zich zorgen te maken, en al helemaal niet over geld, maar het gulle loon waarmee hij zijn werknemers betaald begint hem duur te staan. De bodem van de schatkist is al zichtbaar en als het zo door gaat dan gaan ze failliet. Tijd dat er iets gebeurd.

Toeval wil dat de volgende morgen een zware envelop wordt bezorgt door een grote gargoyle. De envelop draagt het zegel van de gorgon, het familie embleem van Cannith. In de brief staat dat de Valken in aanmerking komen voor de Ashrem d’Cannith beurs voor ontdekking en verkenning, de ware eer voor iedere groep avonturiers. Om de winnaar van de beurs te kiezen moeten groepen avonturiers zich met elkaar meten in een wedstrijd. Alleen het slimste en beste team kan winnen. Meteen gelegenheid om zijn nieuwe werkneemster Sophie, de vervangster van Bolain, te testen.

_Late zomer, 17 Augustus, 1009 YK,
Een stem die het geluid maakt van steen dan over steen schuurt schrikt de dromende Iago weg bij zijn krantje. “Bezorrrging voor de Heer Zwartvoet.” schuurt de stem van buiten zijn deur. Iago tuurt door zijn kijkgaatje recht tegen de stenen buik van een gigantische waterspuwer met een huis Cannith embleem ingekerfd. Snel opent hij de deur en voordat hij zijn gast kan begroeten duwt het wezen hem een zware envelop in zijn handen.

“Uhm, dank U, kan ik U em..”

De gargoyle duikt met een vloeiende beweging over de rand van de palissade en spreidt zijn vleugels. Een luchtstroom tilt het wezen omhoog voor het verdwijnt tussen de torens. “Iets aanbieden?” maakt Iago stamelend zijn zin af. Hij kijkt het monster na tot het allang is verdwenen tussen de gebouwen en pas dan kijkt hij naar de envelop. De gapende stieren ogen van een zegel van huis Cannith staren hem aan.

’Geachte heer Iago Zwartvoet,

Ik deel U met trots mee dat Uw groep avonturiers, Iago’s Valken, dit jaar in aanmerking is gekomen voor de prestigieuze Ashrem d’Cannith beurs voor ontdekking en verkenning. Deze beurs betreft een jaar lange sponsering van het huis, met een maandelijks zakgeld van een 1,000 gouden Galifars en een luchtschip met bemanning dat een jaar lang beschikbaar is voor Uw team alleen. Om de beurs te mogen ontvangen is er slechts kwestie van een laatste obstakel dat Uw team moet overwinnen: het verslaan van de andere gegadigden. Dit gebeurd dit jaar in het prachtige Fairhaven te Aundair. U wordt verwacht, om U met een maximaal aantal deelnemers van zes, in te checken in het Groene Draak hotel voor 4 september. De wedstrijd, een serie uitdagingen waarbij alleen het sterkste en slimste team kan winnen, zal plaatsvinden in de week van 5 tot 11 september. Overnachtingen zijn volledig verzorgt en huis Ghallanda zal de maaltijden verzorgen.

Om deze brief af te sluiten informeer ik U graag over de regels van deze wedstrijd: 1. Ieder onderdeel mag door slechts vier spelers worden ondernomen, deze spelers selecteert ieder team van te voren. 2. Wapens en beschermende kledij zijn ten strengste verboden. 3. Magie van alle soorten is verboden, spelers worden voortdurend in de gaten gehouden en kunnen ten aller tijden worden onderzocht op het gebruiken van zowel beneficiaire magie en het gebruik van magische voorwerpen. 4. Dieren, zelfs magische dieren, mogen niet meedoen aan de uitdagingen. 5. Het nuttigen van alcohol is verboden tijdens de wedstrijd uren.

Ik hoop U voldoende te hebben geïnformeerd en Uw team te mogen ontmoeten op de vijfde september.

Met hoogachtende groet,
Jorlana d’Cannith, Gildemeesteres te Fairhaven

View
Te Laat

Verslagen kijken de Valken uit het raam van het luchtschip over de uitgestrekte vlakte van Dragon’s Crown. De gloeiende obelisken zoemen zacht in de huilende wind, ze lijken een lied te neuriën. Als het een lied is, dan niet één over onze overwinning, gaat door het hoofd van Evariste. Zelfs hij kon in de uitgebrande kamer geen sporen vinden. Grijze wolken kondigen aan dat een stort bui op komst is. De paarden hinniken onbestemd, angstig. Jack legt voorzichtig het lichaam van de doden dwerg ten rustte, zijn stemming is slecht; hij houdt niet van verliezen. Hij hoopt ooit een revanche te kunnen krijgen. Dietrich spreekt een gebet voor de gevallen rasgenoot.

Sengis wrijft de gloeiende schede van zijn zwaard op en loopt doelloos over het dek van het schip. Jerry zit in een hoek en probeert te bedenken wat Iago zou doen. Bolain staat alleen in de schaduw van het wrak, zijn ogen gericht op de horizon. Geen van de helden weet wat ze moeten maken van de laatste woorden van Erobet, de rechterhand van Norn. Maar één ding is zeker: dit avontuur is nog niet afgelopen. Niet echt.

Onze Meester likt zijn wonden,
In het donker, op Khorvaire,
Ooit zal Hij slagen en dan…
Zal waanzin jullie verteren.

Einde deel 1

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.