Wedergeboorte

Kalme zee, hevige storm en grote buit

Het eiland
Met veel zenuwen betraden we het vreemde eiland waar alles behalve de flora leek gemaakt te zijn puur goud. Allemaal dachten we dat er een soort van vloek op het eiland lag die alles in goud veranderd. Achteraf gezien was het eiland eigenlijk een van de mooiste plekken die ik ken, alleen die onheilspellende sfeer gaf me de kriebels. Toen zagen we eindelijk een levend wezen op het eiland, het was een soort kruising tussen een aapje en een vogel. Op een afstand leken het wel schattige wezens, maar toen we dichterbij kwamen bleken ze grote scherp tanden te hebben en probeerde we zoveel mogelijk bij ze uit de buurt te blijven. Voor het paleis vonden we een slapende man die net als bijna alles daar gemaakt was van massief goud. Met wat moeite en het touw van Jack wisten we het paleis binnen te komen. In het paleis kwamen we een blinde oude man tegen die zich voorstelde als prins Ali en hij vertelde het verhaal wat er is gebeurt met het eiland en zijn bewoners. In zijn jonge jaren bleek prins Ali zijn wensen van een geest uit de fles verkeert te hebben verwoord, waardoor alles op het eiland en wat hij later zag veranderde in goud en hij nooit meer echt dood gaan. Omdat we opzoek moesten naar de grootste schat gingen we opzoek naar de fles van de geest. In de schatkamers van het paleis vonden we de geest en probeerde we met hem de overleggen voor een weddenschap, maar door een kleine verspreking kwam de geest erachter dat hij weg kon van het eiland en verdween hij door het plafon. Nadat we de schatkamer hebben doorzocht in de hoop de grootste te vinden. Terwijl we voor de tweede keer probeerde door ondervragingen er achter te komen wat prins Ali grootste was, viel ik plotseling flauw en leek ik samen met vele anderen me te bevinden in een soort van droom wereld. Na een korte tijd werd ik wakker op het schip, maar het schip had brand plakken en onze tovenares gevangenen bleek ontsnapt te zijn met hulp van de geest en een van de bemannings leden hoorde haar wensen ‘de machtigste tovenares te zijn’en blijk baar zorgde het verdwijnen van zo veel magie dat alle magie gebruikers het bewustzijn even verloren.

De kraken
Na even door te hebben gevaren met een schip vol goud werden we weer aangesproken door een dienstbode van de getentakelde meester. Na wat onderhandelen wisten de door een flinke som goud een veilige overtocht te kopen en een gunst voor later.

Een storm vol doden
Onderweg weer terug naar Sharn werden we overvallen door een hevige storm en de kapitein had grote moeite het schip varende te houden. Toen kwam er een paniekerige schreeuw uit het ruim “we hebben een lek kom helpen”. Stoer als hij was nam Jerry het stuur terwijl de rest op zoek ging naar het lek om het te repareren. Dan springen er ranzige ondode wezens aan boort en een zwaar gevecht waarbij Jerry en Jack bijna van boord zijn gewaaid volgde. Toch wisten we met de hulp van onze dappere kapitein en andere bemannings leden de ondode te verslaan en het schip te redden.

Grote buit
In de haven van Sharn wisten we met een paar donatie’s een goede deal gemaakt met de belasting amtenaren en gingen we naar Iago het goede nieuws te vertellen. Uiteraard werd het succes gevierd en een groot feest werd gegeven. De volgende morgen kregen we hoog bezoek, koning Boranel. Hij deed ons een aanbod om mee te betalen aan een nieuw fort om de macht van Breeland tentoon te stellen, in ruil kregen we suites in het fort. Ook kregen we ere militaire rang(ook voor een kleine som)waardoor de het commando kunnen nemen over het fort. De rest van de ochtend werden we door vele benaderd door donatie aan goede doelen. Ik koos ervoor een donatie te doen aan de voedsel bank, de kerk van Boldrei en een weeshuis dat op instorten stond.

View
Het Wondere Leven van Zwartvoet en Zijn Valken

Half januari, 1010 YK, Sharn, stad van torens,
Meneer Iago Zwartvoet wordt wakker in het zachtste bed waar hij ooit in heeft geslapen. Zijn hoofd tolt nog na van de Karrnathi whisky van de avond daarvoor, alles voelt als een droom. Het licht van een heerlijke nieuwjaarszon verwarmt zijn koude lichaam, bedekt met een fijn satijnen laken van Elven makerij. Langzaam vallen zijn gedachten op hun plaats, als een door elkaar gehusselde legpuzzel, of een gedicht geschreven in een half bekende taal. Iago kijkt verstart naar het plafond en gaat op zitten. Om zijn heen ziet hij meer luxe dan hij ooit heeft bezeten: duur antiek meubilair, van ver voor de oorlog, dikke, dure geplooide gordijnen, een kast gevuld met de duurste whisky’s en zoetste port van Khorvaire. Even denkt hij dat hij is gestorven en in de hemel is belandt, zijn hart slaat een slag over, maar dan, dan schiet het hem te binnen: de Valken! De ontmoeting, gisteren, in zijn armzalige kantoortje in mid-Sharn, de blije gezichten van zijn vrienden, en het goud. Bij de Host, zoveel goud!

Iago Zwartvoet slikt. Hij zou met pensioen kunnen gaan, hij is rijker dan wie hij ook kent. Maar hoe moet het dan met zijn vrienden, de Valken? Na zoveel jaar trouwe dienst zijn ze meer geworden dan werknemers, ze zijn familie. De enige familie die hij nog over heeft. Maar het is tijd om de Valken een naam te geven waar andere avonturiers trots op zouden zijn! Vanaf nu hoeven de Valken alleen nog de klussen aan te nemen die ze zelf willen, ze zijn eindelijk onafhankelijk.

Het tapijt voelt verassend zacht en warm onder de blote voeten van Iago. Hij schiet een zijden groene badjas aan en loopt weg om zichzelf op te frissen. Eerst ontbijt, dan een nieuw hoofdkantoor en dan een kantoortje in iedere grote stad in ieder land!

View
260.500 geldstukken

Jerry besteedt de helft van zijn verworven kapitaal aan een goed doel: zijn familie. Voor decennia heeft de grote familie Mitterand in de slums van Sharn gewoond. Hoewel Jerry goede herinneringen aan zijn jeugd in Cliffside, wil hij zijn tientallen neefjes en nichtjes een toekomst geven die niet gebaseerd is op slavenarbeid en smokkelarij. Voor 265.500 gold laat Jerry een enorm huis bouwen middenin Malleon’s Gate, de wijk waar de meeste goblins in Sharn wonen, waar hij zijn 250 meest nabije familieleden naar toe verhuist. Voor iedere tak van de familie laat hij een hal maken met mooie kamers, en op iedere verdieping een gedeelde eet- en woonkamer. Jerry besteedt zijn geld niet alleen aan het bouwen van het huis, want hoewel het een duur project lijkt, is er nog meer dan genoeg geld over. Hij gebruikt het om de hele wijk Mellon’s gate een opknapbeurt te geven: nieuwe straatlantaarns, nieuwe bestrating, veegwagens om te straten een beetje schoon te houden, en het oprichten van een Mellon’s gate guard (tot afkeur van Kasslak, de medusa die op de achtergrond de controle over Mellon’s gate houdt).

View
Whurdin zijn kapitaal

Zoveel geld! 260.000 stukken nog wel! Whurdin had in de kluizen thuis nog veel meer gezien, maar nooit gedacht ooit zelf zoiets te hebben. Denkend aan zijn thuis maakte hem triest. Het was alweer tijden geleden dat Whurdin thuis was geweest. In werkelijkheid was het niet heel lang, maar door alle avonturen die hij nu al beleeft had, bleek het toch echt zo. Nu de groep besloten had een eigen kasteel te bouwen en onafhankelijke avonturiers te worden, leek het Whurdin een goed idee zijn familie en ras te laten zien dat hij ze niet vergeten was.

Toen hij aan de dwergen moest denken, gingen zijn gedachten automatisch naar de tovenares die ze bevrijd hadden. Daar kwam de meeste ellende vandaan. Als zij nou gewoon niet ontsnapt was! Met dit in zijn achterhoofd besloot Whurdin 100.000 op te sturen naar zijn huis in de dreadholds met het bericht dat de wizards daar een anti teleportatie systeem moeten aanleggen. Natuurlijk is dit lang niet genoeg geld, maar het is een begin!

Met de overgebleven goudstukken besloot Whurdin zijn familie in the deep mines een handje te steunen. Omdat Whurdin altijd al meer smid was dan kundarak, maar van beide hield besloot hij een nieuw gebouw op te richten waar smidsen en leden van D’kundarak beter met elkaar zouden kunnen opschieten. Vele grote opslagruimtes en smidsen konden hier mee gebouwd worden.

Door al deze giften besloten de smidsen in the deep mines ook een gift te doen naar whurdin. Als hij het geld had, zouden zij een grootse smithy oven voor hem maken!

View
Geld, wijn en veel venijn.

De Helden gingen van feest naar feest in Sharn, en de bodem van hun portemonnee was nog steeds niet in zicht. Maar de groep wist dat de ontspanning lang genoeg geduurd had. Fraxl had ze een bericht gestuurd dat hij de locatie van Errus Norn wellicht had achterhaald, informatie die erg waardevol was voor de groep. Met de kennis dat Errus Norn nog leefde konden de Valken niet langer feest vieren. Het was tijd om actie te ondernemen en de nieuwe uitrusting van elk te testen, tijd om voorgoed af te rekenen met de gestoorde generaal. Met het gloednieuwe airship van Jerry vertrok de groep naar Korranberg, Zilargo. Hier zouden ze Fraxl bezoeken en een plan smeden om Errus te grijpen. Eenmaal in deze stad aangekomen werd vernomen dat het huis van Fraxl kortgeleden in vlammen was opgegaan, en dat de uitvinder dit met zijn leven had moeten bekopen. De Helden roken onraad, hier moest Errus achter zitten, maar waar was hij? Fraxl was hun enige contactpersoon met informatie. De groep besloot koers te zetten naar Wroat, om hier de koning van Breland in te lichten en hem duidelijk te maken wat voor gevaar Errus Norn betekende voor Breland en heel Eberron. Voordat ze hun schip betraden werd Jack’s aandacht getrokken door een armoedige Goblin. De goblin, die Jack met “Tom” bleef aanspreken, vertelde hem dat Errus Norn niet meer de gedaante heeft die hij vroeger had, en dat hij misschien wel dichterbij was dan de helden dachten. Toen Jack even de andere kant op keek, was de goblin verdwenen. Was dit een handlanger van Errus of gewoon een gestoorde zwerver? Terwijl deze vragen door de hoofden dwaalden vlogen de Valken richting Wroat.
In de verte zagen ze de stad opdoemen, maar tot ieders verbijstering was deze ongebruikelijk donker. Hier en daar woedde een vuur. De stand was een grote chaos! Snel vloog het schip richting de het paleis, maar dit bleek onmogelijk doordat het schip door vuurballen beschoten werd, afkomstig van het paleis. Het schip was genoodzaakt aan de andere kant van de stad van de Howling River te landen. Dit deel van de stad leek totaal verlaten. Eenmaal de rivier overgestoken werden de helden aangevallen door Brelandse veteranen. Hoe groot was de chaos in de stad dat zelfs Brelandse militairen de Valken probeerden te plunderen. Gelukkig konden de veteranen worden overwonnen, velen overleefden dit niet, maar hun leider kon worden gered, weliswaar bewusteloos. Misschien kon hij meer vertellen over de situatie…
Waren de koning en de troon van Breland in gevaar? Zat Errus Norn ook achter deze chaos in Wroat? En zijn Iago’s Valken wel klaar voor het gevecht met Errus Norn?

Burningcity ps3 atulkatdare

View
De Veteraan en de Koning

Changelings, of zoals zij in de volksmond worden genoemd: Veranderkinderen, kunnen met hun pupil loze ogen details zien in het gezicht van een mens, die andere rassen zouden missen. Zelfs zonder enige training weten ze hoe ze iemand laten praten, hoe ze zien of iemand ze vertrouwd en te peilen of zij die persoon vertrouwen. Deze gave komt ze het beste van pas wanneer zij hun natuurlijke gave van verandering gebruiken om een ander te imiteren.
- “Het Veranderkind, een studie door Jiruvhas Brenk”

Het magische licht van de eeuwig brandende lantaarn was een matig surrogaat voor een kampvuur. In tegenstelling tot vlammen, die springen, likken en knisperen als een levend organisme, is het vuur constant fel en helder, wat het een koude aanblik geeft. Geen warmte komt af van de lantaarn, alleen de zeer lichte elektrostatische ervaring van dicht bij evocatie magie te zijn. Sengis Schaduwhuid, een Veranderkind, spion en acteur, zit op zijn hurken naast de koude lichtbron, die ironisch genoeg doder voelt dan de helse vuren die hij eerder zag vanuit hun schip. Ondanks dat dit licht geen geur of warmte af geeft is het warm naast het haven gebouwtje aan de rand van het bos. Warm en klam. Zijn kameraden, de groep huurlingen die zich Zwartvoets Valken noemt, hebben zich verspreid over de open plek. Sommigen wrijven hun blauwe plekken, vers van hun strijd minuten geleden, anderen kijken schichtig de duisternis in, bang voor versterking. Ze fluisteren met elkaar, speculerend over wat gaande kan zijn. Warmen hun spieren op, deuken hun harnassen uit. Van hun vijanden, een groep arm uitziende Brelandse veteranen, is er een op de rand van bewustzijn. De rest van hun vijanden liggen in verschillende staten van gezondheid verspreid over de open plaats, geen van hen zal zonder magische hulp de komende tijd kunnen spreken.
Sengis is gekozen om te praten met de oude Brelandse veteraan omdat hij de meeste ervaring heeft in het lezen van hun vijanden, dat hij de gene was die de oude man de genade klap gaf was bijzaak. Hij gaat het standaard rijtje zorgvuldig af in zijn hoofd. Ogen, lippen, rimpels, borst, schouders, handen, benen, ogen. De ogen van de man zijn blauw grijs en rusten op diepe wallen. Zijn lippen staan grim, in een rechte streep, gebarsten. De rimpels in het gezicht van de man zijn diepe groeven, het is duidelijk dat de jaren niet goed zijn geweest voor deze man. Misschien is hij wat mager, nee, hij is zeker wat te mager, zijn vel hangt los. Lange grijze haren vallen langs het gezicht van de man, de andere haren zitten in een knot op zijn hoofd. Zijn baard is wat geschroeid en half lang. Hij ademt diep. Hij is misschien moe, of zwaarder gewond dan hij laat blijken. Sengis hoort een subtiele reutel in de adem van de man. Een ander zou te afgeleid zijn om te letten op dit detail, maar het zegt Sengis dat de man waarschijnlijk in slechte conditie is: hij moet een goede reden hebben dan zomaar gewapende huurlingen aan te vallen. De schouders van de man zijn ingezakt, naar voren, de man is alle overmoed verloren in het gevecht.
Nu de handen. Aan zijn rechter hand zit een gouden ring, wat een trouw ring moet zijn. De brede, mannelijke handen van de veteraan liggen plat op zijn boven benen, de vingers gespreid. Een oude militaire gewoonte is om de vijand constant te tonen waar je handen liggen zodat je geen bedreiging vormt, weet Sengis. De benen van de oude man liggen gestrekt voor zich uit, zijn grijze broek is gescheurd en vies van het gevecht. Een bloederige lijn loopt van het gat in zijn flank naar zijn laars. Tenzij de oude man wordt genezen zal hij niet zomaar weg kunnen lopen, is de conclusie van de spion. Zijn ogen kijken berekenend door de gaten van zijn masker en gaan op en neer langs het lichaam van de man, zoekend naar een detail dat hij mogelijk mist. Dan hakt hij de knoop door.

“Ik neem aan dat Uw naam Reiger is?”
“Hoe weet je dat? Wie bent U? Waarom hebben jullie me niet gedood?”
“Een van Uw mannen noemde U zo voordat hij vluchtte. Mijn naam is Sengis en ik kan U hetzelfde vragen? Waarom vallen Brelandse militairen Brelandse ere burgers aan?”
Sengis balt zijn vuist voor het gezicht van de man, het symbool van Breland onthullend in het koele licht.
“Hoe weet ik dat U die ring niet heeft gestolen?”
“Dat weet U niet, maar misschien heeft U gehoord van Zwartvoets Valken?”
“De detectives… Hoe weet ik dat jullie de Valken zijn? We vermoedde dat U niet anders was dan gieren, azend op de rijkdommen van een stad in chaos. Toch…”
De oude man slikt en kijkt omhoog naar de lucht. Sterren vullen de purperen hemel. Een traan rolt omlaag langs zijn wang. Sengis schraapt zijn keel.
“Vertrouw ons alstublieft. Misschien kunnen we elkaar helpen. Wat wilde U zeggen luitenant?”
“Misschien kunt U maar beter gaan. U zult niks dan de dood vinden in Wroat.”
“We zijn persoonlijke vrienden van koning Boranel. We zijn hier om met hem te praten over belangrijke zaken. We kunnen hem niet zomaar achter laten in een brandende stad.”
“De koning weet niet meer wie zijn vrienden zijn. Wij ex-militairen leefden op een honger loon, we beschermende de straten van deze stad. Maar de koning heeft besloten de nood staat uit te roepen. Hij heeft de oorlog verklaard aan Aundair, alle Aundairse burgers in de stad zijn opgepakt en in hechtenis genomen.”
Sengis kijkt naar zijn vrienden, die stilletjes aan steeds dichter bij zijn gaan staan en zitten.
“Hoe bedoeld U? Waarom zou Boranel zomaar oorlog verklaren?”
“Niet zomaar. Aundair heeft een aanslag gepleegd op een burcht op de grens. Gelukkig was de burcht verlaten, op een hand vol soldaten na, maar de magie waarmee het gelijk is gemaakt kan volgens de koning alleen van Aundair zijn.”
“Ik snap het.” Sengis kijkt de groep rond, de anderen kijken verdrietig naar Reiger, “Maar het verklaard nog altijd niet waarom U ons aan viel.”
“Mijn vrouw en dochter zijn opgepakt. Mijn vrouw is een Aundairse, mijn dochter half. Ze zijn ingerekend en opgesloten op een geheime plaats. Oorlogswet, zo noemde ze het. De armoede daar kon ik mee leven, misschien zelfs met de oorlog, maar onschuldige burgers ervoor laten opdraaien is walgelijk! Dat is geen rechtvaardigheid!”
De ogen van Reiger lijken een seconde op te lichten en zijn rug recht, zijn vuisten ballen en knokkels worden bleek. Ooit was hij een machtige strijder, voor de jaren de kracht uit hem zogen.
“Ik wilde niet stelen van mijn volk! Maar stelen van hen die kwamen stelen leek een goed idee. Misschien wat geld verdienen om wat mensen een andere kant op te laten kijken zodat we onze families kunnen redden. Al deze mannen, stuk voor stuk, hebben een Aundairse vriend of vriendin, of Aundairse familie. Sommigen konden nog net ontsnappen voordat de soldaten van Boranel ze uit bed kwamen lichten…”
“Zomaar mensen aanvallen of bestelen valt niet goed te praten. Maar ik begrijp Uw verdriet, wij hebben zelf ook het nodige te voorduren gekregen. Een nieuwe oorlog moet uit blijven. Dit moet in de kiem worden gesmoord.”

Hoe zal het aflopen met de Valken? Wat gaan ze doen met Reiger en zijn mannen? Willen ze nog steeds praten met Boranel? Hoe groot is het gevaar in Wroat? Beslis zelf mee en plaats je idee of antwoord hieronder.

View
de klok tikt, oorlog nadert

‘Kom op jongens er is geen tijd te verliezen!’ Schreeuw Sophie naar de rest van de valken, terwijl ze zelf aan een sprint naar de kamer is begonnen. Een sterke adrenaline boost snelt door haar aderen en de blauwe plekken van de woedende menigte van gister zijn in de haast totaal vergeten. Nog voor Whurdin de kamer wist te bereiken stond ze al klaar met haar reis kleren terwijl onzichtbare krachten de koffers van iedereen aan het in pakken zijn. “wat een laag tijdslimiet had de senaat hen gegeven, 24 uur is niet eens genoeg tijd om het fort te bereiken en dan moeten we nog bewijzen vinden ook”. Mopperde ze terwijl ze wachtte tot de anderen eindelijk waren omgekleed. ‘Jack! Jerry! Sengis!, Vertel me alles over die Arris Norn, misschien kunnen we samen nog op mogelijke aanknoping komen Ik ga ondertussen een brief schrijven aan Iago, hopelijk is hij nog iets te weten gekomen terwijl wij weg waren. Verder is het misschien handig om op te splitsten zodat we zoveel mogelijk kunnen doen en we zoveel mogelijk sporen kunnen onderzoeken. Ook is het verstandig om er rekening mee te houden dat we waarschijnlijk niet in de 24 uur genoeg bewijs kunnen vinden dat Arris Norn de dader is, dus misschien is het een idee dat een paar mensen gaan bewijzen dat Aundair het niet was’. ‘Maar eest laten we een kijken welke aanwijzingen we kunnen verzinnen……..’
zullen de Valken genoeg bewijs kunnen vinden om de oorlog te voorkomen?
Of zal Khorvair weer in de greep van oorlog verzeilt raken?
Hopelijk weten we het snel in de volgende sessie, van Hedergeboorte

View
Dhakaan!

24 Mei, 1011 YK, Een ondergrondse Tempel in Darguun,

De Valken zijn ver gekomen om te zoeken naar íets om Errus, of zijn demonische meester, te lokken. Hun pad lag vol gevaarlijke wezens. Van een stam gevleugelde hobgoblins, tot een onzichtbaar monster, tot een heks, tot oozes. Allerlei bizarre wezens lijken dit mediterrane woud als onderkomen te gebruiken.

Brede, prachtig versierde stenen tunnels leiden onze helden steeds maar dieper de aarde in, op zoek naar een interessante tekening, of zelfs een rol of boek. Maar achter iedere donkere hoek schuilt gevaar en iedere stap kan hun laatste zijn. Wie is de vreemde bewaker van dit onheilige heiligdom? Hoe trok hij de vreemde creaturen aan die door de gangen zwerven? Het is zeker dat dit wezen niemand goed gezind kan zijn…

En hoe zit het met hun nieuwe bondgenoten? Sluipvoet, de een-oorige gids, zijn trouw lijkt te reiken zo diep als de groep hun buidel is. Hij heeft niets dan lafheid laten zien! Dan is er nog Juun, de knappe, brede vrouwelijke hobgoblin, met lange bruine haren. Toen Jerry haar voor het eerst zag kon hij zweren dat ze een man was. Hoe kan ze van vorm zijn veranderd? Of was die eerste goblin misschien toch haar gestorven vriend en kameraad? Het is duidelijk dat Sengis Schaduwhuid wel wat ziet in de niet on-charmante archeologe, maar zijn haar motieven wel zo oprecht als de zijne?

Ondertussen tikt de klok door voor onze helden. Hoe het af loopt zien we wellicht deze week in een nieuwe sessie van Wedergeboorte!

View
Een gevonden brief...

Ik heb de originele brief gevonden van Una Rockfeller, degene die jullie de goede kant op heeft gewezen:

Sharn, 28 januari 1010 YK,

Geachte vrienden,

Jullie kennen mij niet persoonlijk, maar via de wacht heb ik gehoord over jullie overwinningen op het kwaad van Khyber. Mijn naam is Una Rockfeller, bibliothecaresse van de universiteit. In mijn jaren heb ik veel kennis opgedaan over de culten van de Helledraak, ik ben er zelfs op gepromoveerd. Daarom werd mij gevraagd jullie boek te bestuderen en ontcijferen. Hoewel ik, spijtig genoeg, geen exacte locaties kan bieden bied ik jullie wel een woord van waarschuwing: jullie tovenares is slechts de marionet van een veel machtigere, onsterfelijke meester. Via vele verwijzingen en geschriften heb ik zijn naam kunnen ontdekken: Aumm Ssi’Lehe. In de gewone taal betekend het Strijd der Waanzin. Wat er over dit wezen bekend is komt voor uit mythen en legenden die werden verteld door barbaren en de cult van de Helledraak. Ik zal het gehele verhaal opzoeken, en eventuele andere verhalen waarin hij wordt genoemd, en deze voor jullie inventariseren, voor de juiste prijs. Deze informatie wordt betaald door de stadswacht van Sharn, mijn loon is voor verder onderzoek 20 goudstukken per dag.

“In een tijd dat demonen en draken streden over het lot van Khorvaire dreven onderlinge ruzies en vendetta’s beide zijden verder uiteen. De constante oorlog maakte sommigen machtig, anderen vielen. Zij die wanhopig waren probeerden via pacten kracht te vergaren. Eén Kah, een rashaka heerser, ging hier zo ver in dat hij een pact sloot met de Daelkyr. Deze Kah, die zichzelf Strijd der Waanzin begon te noemen, begon zichzelf te zien als beschermheer van Xoriat en haar waanzin. Zijn klauwen strekten uit naar de wanhopigen en hen die lustte naar meer macht.”

View
De Bergen van Verzet
http://www.youtube.com/watch?v=vTkHwUocbA0

De Bergen van Crystal – Eind Juni 1010 YK
De gebroken groep stapt uit de ruïnes van de tempel het gebergte in. Van de stad, die theoretisch gezien niet ver zou moeten zijn, is niets te zien. Gedachten spoelen langs hun geesten, als kristal helder water door een stroom; nieuwe gedachten en gedachten oud als de stenen zelf. Het is niet vreemd om je voor te stellen dat zich in deze bergen het laatste verzet tegen de onderdrukkers van Riedra ophoudt. Het pad brengt de avonturiers omlaag langs marmeren zuilen en bessenstruiken, naar een open veld vol vreemde, groene gewassen. Twee mannen, beiden met lang haar en gehuld in purperen en blauwe gewaden, houden begroetend de handen omhoog. Als de groep dichterbij komt vouwen de mannen de handen samen en buigen eerbiedig. De goblin, twee halflings, en dwerg buigen ongemakkelijk terug.

“Mijn naam is Chapell,” begint de kleinste van de twee mannen, een stevige figuur met rossig haar en brede kaak, “welkom in ons heiligdom.”

“Heiligdom voor wat? Welke God heeft U?” vraagt de goblin, terwijl hij onderzoekend naar de mannen speurt.

“We aanbidden hier al het leven en het Pad van het Licht,” valt de tweede, langere, donkere man hem bij, “jullie zijn hier veilig en welkom als jullie komen in vrede.”

De groep glimlacht, de vreemdelingen glimlachen terug, dan valt hun oog op de gebroken lichamen van de kameraden die de helden meezuilen.

“Ik zie dat de catacomben niet goed voor U zijn geweest.” zucht Chapell, terwijl hij bezorgt neerknielt bij Gustaf. “We brengen ze meteen naar Dani, zij kan ze misschien helpen.”

Het dorp waar de mannen wonen bestaat uit een hand vol eenvoudige lemen hutten om een put gebouwd in het midden van de vallei. De grootste hut is wit gekalkt en beschreven met magische runen. Terwijl de groep achter de mannen aan loopt verschijnen vrolijk geklede kinderen, vrouwen en mannen van alle leeftijden en volgen de nieuwelingen tot aan de kerk.

Binnen is het simpel ingericht, met afgewerkte banken en magische lantaarns. Op de voorste bank zit een statige vrouw, met lang blond krullend haar. Om haar hoofd draagt ze een zilveren ketting met een kristal dat op haar voorhoofd ligt. “Ik heb jullie komst gezien, Jack, Jerry, Sophia en Whurdin. Ik zal jullie vrienden helpen in ruil voor een gunst.” De vrouw staat op en buigt beleefd naar de groep. “Het artefact dat jullie zoeken is gevaarlijk voor heel Eberron en mag nooit in de verkeerde handen vallen. Jullie moeten me beloven het te vernietigen als jullie het vinden. Dan moeten jullie wachten in de Tempel tot de Duivel zelf zijn prijs komt ophalen. Daar zullen jullie wraak krijgen, of de dood vinden.” Ze kijkt jullie indringend aan, terwijl het kristal zacht roze gloeit. “Breng uit de tempel een mand vol heilige Tola bloemen mee. Ze groeien bij de motor in het centrum van de tempel. Doe dit voor mij en jullie schulden zijn afbetaald. Laat jullie vrienden hier. Vannacht slapen jullie in ons dorp. Als jullie morgenochtend terug komen dan ademen jullie vrienden weer, dat beloof ik. Volg dan Chapell naar de tempel aan de rand van de bergen, wij weten van een ingang die de Riedrans niet kennen.”
Die nacht slapen de helden allen bij een ander gezin en horen ze de verhalen van het verzet. Van veroveringen en kwaad. Maar die verhalen zijn voor een andere keer.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.