Wedergeboorte

De Veteraan en de Koning

Changelings, of zoals zij in de volksmond worden genoemd: Veranderkinderen, kunnen met hun pupil loze ogen details zien in het gezicht van een mens, die andere rassen zouden missen. Zelfs zonder enige training weten ze hoe ze iemand laten praten, hoe ze zien of iemand ze vertrouwd en te peilen of zij die persoon vertrouwen. Deze gave komt ze het beste van pas wanneer zij hun natuurlijke gave van verandering gebruiken om een ander te imiteren.
- “Het Veranderkind, een studie door Jiruvhas Brenk”

Het magische licht van de eeuwig brandende lantaarn was een matig surrogaat voor een kampvuur. In tegenstelling tot vlammen, die springen, likken en knisperen als een levend organisme, is het vuur constant fel en helder, wat het een koude aanblik geeft. Geen warmte komt af van de lantaarn, alleen de zeer lichte elektrostatische ervaring van dicht bij evocatie magie te zijn. Sengis Schaduwhuid, een Veranderkind, spion en acteur, zit op zijn hurken naast de koude lichtbron, die ironisch genoeg doder voelt dan de helse vuren die hij eerder zag vanuit hun schip. Ondanks dat dit licht geen geur of warmte af geeft is het warm naast het haven gebouwtje aan de rand van het bos. Warm en klam. Zijn kameraden, de groep huurlingen die zich Zwartvoets Valken noemt, hebben zich verspreid over de open plek. Sommigen wrijven hun blauwe plekken, vers van hun strijd minuten geleden, anderen kijken schichtig de duisternis in, bang voor versterking. Ze fluisteren met elkaar, speculerend over wat gaande kan zijn. Warmen hun spieren op, deuken hun harnassen uit. Van hun vijanden, een groep arm uitziende Brelandse veteranen, is er een op de rand van bewustzijn. De rest van hun vijanden liggen in verschillende staten van gezondheid verspreid over de open plaats, geen van hen zal zonder magische hulp de komende tijd kunnen spreken.
Sengis is gekozen om te praten met de oude Brelandse veteraan omdat hij de meeste ervaring heeft in het lezen van hun vijanden, dat hij de gene was die de oude man de genade klap gaf was bijzaak. Hij gaat het standaard rijtje zorgvuldig af in zijn hoofd. Ogen, lippen, rimpels, borst, schouders, handen, benen, ogen. De ogen van de man zijn blauw grijs en rusten op diepe wallen. Zijn lippen staan grim, in een rechte streep, gebarsten. De rimpels in het gezicht van de man zijn diepe groeven, het is duidelijk dat de jaren niet goed zijn geweest voor deze man. Misschien is hij wat mager, nee, hij is zeker wat te mager, zijn vel hangt los. Lange grijze haren vallen langs het gezicht van de man, de andere haren zitten in een knot op zijn hoofd. Zijn baard is wat geschroeid en half lang. Hij ademt diep. Hij is misschien moe, of zwaarder gewond dan hij laat blijken. Sengis hoort een subtiele reutel in de adem van de man. Een ander zou te afgeleid zijn om te letten op dit detail, maar het zegt Sengis dat de man waarschijnlijk in slechte conditie is: hij moet een goede reden hebben dan zomaar gewapende huurlingen aan te vallen. De schouders van de man zijn ingezakt, naar voren, de man is alle overmoed verloren in het gevecht.
Nu de handen. Aan zijn rechter hand zit een gouden ring, wat een trouw ring moet zijn. De brede, mannelijke handen van de veteraan liggen plat op zijn boven benen, de vingers gespreid. Een oude militaire gewoonte is om de vijand constant te tonen waar je handen liggen zodat je geen bedreiging vormt, weet Sengis. De benen van de oude man liggen gestrekt voor zich uit, zijn grijze broek is gescheurd en vies van het gevecht. Een bloederige lijn loopt van het gat in zijn flank naar zijn laars. Tenzij de oude man wordt genezen zal hij niet zomaar weg kunnen lopen, is de conclusie van de spion. Zijn ogen kijken berekenend door de gaten van zijn masker en gaan op en neer langs het lichaam van de man, zoekend naar een detail dat hij mogelijk mist. Dan hakt hij de knoop door.

“Ik neem aan dat Uw naam Reiger is?”
“Hoe weet je dat? Wie bent U? Waarom hebben jullie me niet gedood?”
“Een van Uw mannen noemde U zo voordat hij vluchtte. Mijn naam is Sengis en ik kan U hetzelfde vragen? Waarom vallen Brelandse militairen Brelandse ere burgers aan?”
Sengis balt zijn vuist voor het gezicht van de man, het symbool van Breland onthullend in het koele licht.
“Hoe weet ik dat U die ring niet heeft gestolen?”
“Dat weet U niet, maar misschien heeft U gehoord van Zwartvoets Valken?”
“De detectives… Hoe weet ik dat jullie de Valken zijn? We vermoedde dat U niet anders was dan gieren, azend op de rijkdommen van een stad in chaos. Toch…”
De oude man slikt en kijkt omhoog naar de lucht. Sterren vullen de purperen hemel. Een traan rolt omlaag langs zijn wang. Sengis schraapt zijn keel.
“Vertrouw ons alstublieft. Misschien kunnen we elkaar helpen. Wat wilde U zeggen luitenant?”
“Misschien kunt U maar beter gaan. U zult niks dan de dood vinden in Wroat.”
“We zijn persoonlijke vrienden van koning Boranel. We zijn hier om met hem te praten over belangrijke zaken. We kunnen hem niet zomaar achter laten in een brandende stad.”
“De koning weet niet meer wie zijn vrienden zijn. Wij ex-militairen leefden op een honger loon, we beschermende de straten van deze stad. Maar de koning heeft besloten de nood staat uit te roepen. Hij heeft de oorlog verklaard aan Aundair, alle Aundairse burgers in de stad zijn opgepakt en in hechtenis genomen.”
Sengis kijkt naar zijn vrienden, die stilletjes aan steeds dichter bij zijn gaan staan en zitten.
“Hoe bedoeld U? Waarom zou Boranel zomaar oorlog verklaren?”
“Niet zomaar. Aundair heeft een aanslag gepleegd op een burcht op de grens. Gelukkig was de burcht verlaten, op een hand vol soldaten na, maar de magie waarmee het gelijk is gemaakt kan volgens de koning alleen van Aundair zijn.”
“Ik snap het.” Sengis kijkt de groep rond, de anderen kijken verdrietig naar Reiger, “Maar het verklaard nog altijd niet waarom U ons aan viel.”
“Mijn vrouw en dochter zijn opgepakt. Mijn vrouw is een Aundairse, mijn dochter half. Ze zijn ingerekend en opgesloten op een geheime plaats. Oorlogswet, zo noemde ze het. De armoede daar kon ik mee leven, misschien zelfs met de oorlog, maar onschuldige burgers ervoor laten opdraaien is walgelijk! Dat is geen rechtvaardigheid!”
De ogen van Reiger lijken een seconde op te lichten en zijn rug recht, zijn vuisten ballen en knokkels worden bleek. Ooit was hij een machtige strijder, voor de jaren de kracht uit hem zogen.
“Ik wilde niet stelen van mijn volk! Maar stelen van hen die kwamen stelen leek een goed idee. Misschien wat geld verdienen om wat mensen een andere kant op te laten kijken zodat we onze families kunnen redden. Al deze mannen, stuk voor stuk, hebben een Aundairse vriend of vriendin, of Aundairse familie. Sommigen konden nog net ontsnappen voordat de soldaten van Boranel ze uit bed kwamen lichten…”
“Zomaar mensen aanvallen of bestelen valt niet goed te praten. Maar ik begrijp Uw verdriet, wij hebben zelf ook het nodige te voorduren gekregen. Een nieuwe oorlog moet uit blijven. Dit moet in de kiem worden gesmoord.”

Hoe zal het aflopen met de Valken? Wat gaan ze doen met Reiger en zijn mannen? Willen ze nog steeds praten met Boranel? Hoe groot is het gevaar in Wroat? Beslis zelf mee en plaats je idee of antwoord hieronder.

Comments

“WORDT WAKKER!” Het horen van de woedende stem van Jack maakt dat Jerry in staat is zijn van verbazing opengevallen mond dicht te doen. Hij loopt snel op de razende halfling af en duwt hem bij Reiger vandaan. “Hé, hé! Rustig blijven!” roept de goblin met een overslaande stem. “Deze man heeft geen schuld. Zijn familie is opgesloten in een gevangenis, voor niks! Niks! Wat zou jij doen in zijn situatie?” Zichtbaar aangeslagen draait Jerry zich om van zijn heetgebakerde vriend, en loopt naar de gewonde man. Als hij voor hem staat pakt Jerry een zakdoek uit zijn jas die hij op de hoofdwond van Reiger duwt. “Ik weet wat ik zou doen… net zo lang vechten tot ik iedereen die onterecht in de gevangenis zit weer bevrijd heb. Ik weet niet veel van politiek, maar wel dat het verkeerd is mensen op te sluiten omdat ze in Aundair geboren zijn. Ik ga er alles aan doen om je te helpen, vriend. Ik zal er voor zorgen dat je weer bij je familie kan zijn.”

De Veteraan en de Koning
Gentlemanic

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.